FAQ C320

1.    Artikel 27: Overmacht tijdens een competitieseizoen 

Wat wordt als overmacht beschouwd?
Er is sprake van overmacht wanneer een competitieontmoeting gehinderd is door een onvoorziene externe invloed. Het gaat om situaties waarbij de ploeg in kwestie volgens het reglement volledig in orde is om te spelen, maar door een gebeurtenis buiten hun wil om de ontmoeting niet kan aanvangen of afronden. 
Weersomstandigheden kunnen een typisch voorbeeld van overmacht zijn, maar ook andere situaties kunnen in aanmerking komen. De sportcommissie zal na melding van overmacht altijd de geldigheid beoordelen en eventueel sanctioneren indien de overmacht niet gegrond was.
Reguliere verkeersdrukte richting kust op een zonnige dag valt bijvoorbeeld niet onder overmacht, aangezien je hier als ploeg op voorhand rekening mee kan houden. Een ernstig verkeersongeval waarbij de autosnelweg versperd wordt terwijl je reeds onderweg was, kan wel gelden als overmacht.
 

2.    Artikel 44, 46 en 51.6: speelgerechtigheid en opstellingsgerechtigheid

Wanneer ben ik speelgerechtigd?
Een speler is speelgerechtigd om in interclubcompetitie opgesteld te worden wanneer:

  • De speler het statuut van competitiespeler (CT) heeft. Dit moet aangevraagd worden door de club voor de speler opgesteld wordt, de bevestiging van  statuut door Badminton Vlaanderen kan retroactief gebeuren. 
  • De speler medisch geschikt verklaard is om aan sport te doen.
  • De speler niet geschorst is.

Een speler die niet speelgerechtigd is, kan in geen enkele ploeg voor interclubcompetitie opgesteld worden zolang niet aan de voorwaarden voor speelgerechtigheid voldaan is.

Wanneer ben ik opstellingsgerechtigd?
Een speler is opstellingsgerechtigd om in een ploeg opgesteld te worden wanneer:

  • De speler geen basisspeler is in een andere ploeg die in dezelfde of een hogere afdeling van dezelfde soort interclubcompetitie speelt. Dit geldt ook voor de 1ste ploeg.
  • De speler het maximum klassement voor de desbetreffende afdeling niet overschrijdt (tenzij het om de 1e ploeg gaat). Deze maximale klassementen kunnen in bijlage 1 van reglement C320 teruggevonden worden.
  • De speler er niet voor zorgt dat de ploegindex van de titularissen lager is dan de ploegindex van de basisspelers (tenzij het om de 1e ploeg gaat).

Een speler die niet opstellingsgerechtigd is, kan niet worden opgesteld in de desbetreffende ploeg.
 

3.    Artikel 52 en 75: Ploegopstellingsformulier en ontmoetingsformulier

Wat is het ploegopstellingsformulier?
Het ploegopstellingsformulier is het formulier waarop de ploegkapitein de ploegopstelling voor 1 specifieke competitieontmoeting noteert. Het bevat de titularissen en invallers met hun bijhorende gegevens. Dit formulier overhandigt de ploegkapitein ten laatste op het startuur aan de wedstrijdleider.

Wie bewaart het ploegopstellingsformulier en hoelang?
De ploegopstellingsformulieren (zowel van de thuis- als bezoekende ploeg) worden tot 1 jaar na de speeldag van de ontmoeting bewaard door de thuisploeg.

Wat is het ontmoetingsformulier?
Het ontmoetingsformulier is het formulier waarop de wedstrijdleider de uitslag en bijhorende scores van de ontmoeting noteert. Het bevat de gegevens van de titularissen van beide ploegen en alle vereiste administratieve gegevens. Beide ploegkapiteins en de wedstrijdleider ondertekenen dit formulier voor akkoord op het einde van de ontmoeting.

Wie bewaart het ontmoetingsformulier en hoelang?
Het ontmoetingsformulier wordt door beide ploegen bewaard. De thuisploeg bewaart het ontmoetingsformulier (witte versie) tot 1 jaar na de speeldag van de ontmoeting. De bezoekende ploeg bewaart het duplicaat (groene versie) gedurende dezelfde termijn.
 

4.    Artikel 70: Startuur en aanvangsuur van een ontmoeting

Wat is het startuur van een competitieontmoeting?
Het startuur is het uur dat vermeld staat op de kalender. Het is het uur waarop de ploegkapiteins ten laatste hun ploegopstellingsformulier overhandigen aan de wedstrijdleider. Alle spelers, zowel titularissen als invallers, dienen op dit uur aanwezig te zijn in de zaal en kunnen beginnen opwarmen (eventueel vroeger als de zaal beschikbaar is). 

Wat is het aanvangsuur van een competitieontmoeting?
Het aanvangsuur is het uur waarop de competitieontmoeting start en dus wanneer de eerste wedstrijden beginnen. Het aanvangsuur kan ten laatste 15 minuten na het startuur zijn. Het aanvangsuur mag ook vroeger zijn indien de wedstrijdleider alle controles heeft afgerond op de ploegopstellingsformulieren van beide ploegen en alle spelers aangeven opgewarmd te zijn.
 

5.    Artikel 77: Shuttles

Welke shuttles dienen gebruikt te worden tijdens een competitieontmoeting? 
Er dient een duidelijk onderscheid tussen de opwarming en de wedstrijden zelf gemaakt te worden.
Alle wedstrijden dienen gespeeld te worden met hetzelfde merk en type KBBF-goedgekeurde shuttle. Voor de opwarming mogen andere shuttles van dezelfde soort (veren/plastic), wel of niet gekeurd, gebruikt worden.